“Het op de tak zitten geeft voldoende afstand om de situatie te bekijken. Zo kun je in een proces de juiste dingen doen om het ‘vloeibaar’ te houden, of om mensen in hun kracht te laten komen.”

Het verhaal
achter het Landgoed

“Ik heb altijd een mogelijkheid,
ik zit nooit klem, ik kan vliegen!”

Deze gevleugelde uitspraak komt van Gerard Berkelmans, initiatiefnemer van Landgoed De Groene Kamer. Hier lees je hoe zijn levenswandel heeft geleid tot de ambitie om een landgoed nieuwe stijl te realiseren, Landgoed De Groene Kamer.

 

 

Zijn jonge jaren in Vught

Gerard groeide op in het naoorlogse Vught waar vader Berkelmans een bloeiend hoveniersbedrijf annex kwekerij bestierde en waar moeder Berkelmans, door dorpsbewoners ‘Moeder Margriet’ genoemd, de scepter zwaaide in bloemenzaak ‘Margriet’. Vught was toentertijd een boerendorp omringd door buitenplaatsen; landgoederen waar mensen uit de stad graag wilden wonen.

Vader verzorgde op deze landgoederen het park en buitengroen en moeder arrangeerde de bloemen, boeketten en versieringen voor feesten en partijen. Als kleine jongen van zes ging Gerard met zijn vader mee op de bakfiets om de landgoederen te verzorgen. Op jonge leeftijd wist Gerard al dat hij tuin- en landschapsarchitect wilde worden.

 

Een open blik

Vader en moeder Berkelmans waren ook zeer sociaal en maatschappelijk ingesteld. Zo liepen er in het bedrijf en bij hen thuis altijd wel een stuk of vijf bewoners rond uit de Vughtse psychiatrische inrichting, mensen met een beperking. Het werken in de tuin was onderdeel van hun herstel. Als klein manneke moest Gerard deze mensen ook bezighouden. Zij werkten daar en zaten bij de familie aan de keukentafel. Dit heeft hem persoonlijk gevormd: “Je leert ermee omgaan. Het is een sociale samenleving en je doet het met elkaar samen.”

Vader Berkelmans komt plotseling te overlijden als Gerard 18 jaar is en net begonnen aan de opleiding tot tuinarchitect. Hij wordt voor de keuze gesteld: óf zijn droom volgen en architect worden óf het bedrijf van zijn vader overnemen. Eigenlijk wil Gerard het bedrijf niet overnemen. Hij wil liever architect worden. Maar uit plichtsbesef besluit hij toch zijn vader op te volgen.

 

Tijd voor bezinning

“Op het moment dat ik klem fiets, ga ik even uit mezelf. Ik ‘vlieg’ en ga op een tak zitten en kijk wat er gebeurt. Ik ben dan zelf onderdeel van de film waarnaar ik kijk. Het op de tak zitten geeft voldoende afstand om de situatie te bekijken. Zo kun je in een proces de juiste dingen doen om het ‘vloeibaar’ te houden, of om mensen in hun kracht te laten komen.”

 

Een jaar na het overlijden van zijn vader vraagt Gerard zich af of hij dat écht wel wil, zo’n bedrijf met 25 mensen in dienst. Het personeel werkt niet helemaal mee zoals hij het graag zou zien. Zij doen het precies zoals ze het van zijn vader hebben geleerd. Gerard heeft toch andere ideeën. En de gedachte dat hij misschien toch liever architect had willen worden blijft aan hem knagen. Uiteindelijk adviseert zijn moeder hem om er maar eens even tussenuit te gaan, om afstand te nemen. En zo vertrekt Gerard naar Amerika. Hij gaat daar werken op de ranch van een oom, op een cowboyfarm met 1000 koeien. Hij reist vervolgens door heel Amerika in een oude Chevrolet en klust onderweg bij op boerderijen en bij bloemisten. Na anderhalf jaar keert hij terug naar Nederland en pakt toch de draad van het familiebedrijf weer op. Want één ding heeft hij onderweg wel geleerd: ‘daar moet je hard werken, hier moet je hard werken’.

Door de jaren heen bouwt Gerard twee bloeiende tuincentra op maar blijft ook trouw aan zijn verlangen om te reizen. Elke jaar trekt hij er minstens twee maanden op uit. Of zoals hij het zelf zegt: ‘neem ik even de tijd om op een tak te gaan zitten’. Vooral de bergen trekken hem; basic leven en survival. De bergen bieden letterlijk een nieuw, ander perspectief. Ook bezoekt hij in het buitenland zijn vakbroeders waar hij nieuwe inspiratie en inzichten opdoet.

 

De ontdekkingsreiziger

Gedurende zijn vele reizen valt Gerard iets op. Waar hij ook ter wereld komt, op de grens van stad en land zijn altijd mensen actief bezig met groen. Aan de rand van de stad zitten de boeren, daar vindt de voedselvoorziening plaats. De verschillen zitten in de cultuur, in een andere grondsoort, een ander fiscaal stelsel, politiek(e spanning) of het klimaat. De groenbeleving is eigenlijk overal ter wereld hetzelfde, alleen de context verschilt. En het is juist de context die bepaalt wat er gebeurt, wat er zich ontwikkelt.

Tevens ontdekte Gerard dat bij grote steden in andere landen het groen veel meer verweven is in de stad. Groen is vaak heel verrassend dichtbij. Ineens een bamboebosje midden in Tokio, damherten ergens om de hoek in hartje Londen.

En de natuur overruled heel vaak. Kijk maar naar het klimaat: wateroverlast, droogte. In dit spanningsveld zoekt de mens naar oplossingen. Deze leert hij van de natuur. Als je iets wilt oplossen, werkt het om naar de natuur te kijken, naar de mechanismen en technieken van de natuur (ook wel biomimicry genoemd). Denk bijvoorbeeld aan de helikopter die van de libelle is afgeleid.

 

Droom: buiten dichtbij

Zijn kennis, zijn visie en passie, als ook de ervaringen die hij opdeed tijdens zijn reizen krijgen uiteindelijk vorm in een droom: een eigentijdse en dynamische verbinding tussen stad en land. Een groene long die jou dichter bij de natuur brengt en de natuur dichter bij jou én de stad. Een gebied waar het versterken van natuur- en groenbeleving op de eerste plaats komt, gedragen door retail op duurzame basis. Een stadspark waar op thematische wijze kennis, kunde en ervaring ontwikkeld wordt op het gebied van met het platteland en natuur verbonden onderwerpen. Waar kinderen spelenderwijs in contact komen en plezier kunnen beleven in en met de natuur. Een plek waar je door de ontmoeting met andere mensen en de natuur tot nieuwe inspiratie en nieuwe inzichten kunt komen én waar je kunt ontspannen en genieten.

 

Landgoed De Groene Kamer

Als Gerard vroeger op zondagen en in vakanties met het gezin op pad ging was dat meestal naar de kust of, dichterbij, naar Tilburg. Vaak gingen ze dan naar de Bredaseweg, een landgoederenzone. Via deze mooie weg met bomen en mooie huizen bezochten ze het Burgers Dierenpark (bij de Oude Warande) waar ze papegaaien zagen, beren en zelfs olifanten. Hij bewaart er hele mooie herinneringen aan en deze omgeving lijkt een mooie plek om zijn droom bodem te geven. En zo wordt de cirkel rond. De affiniteit met een landgoederenomgeving vanuit zijn jeugd, het gevoel van ‘thuis, een veilige, fijne basisplek’ kan hier tot wasdom komen.

De oorsprong van landgoederen met aandacht voor natuurontwikkeling, economie en maatschappelijke zorg wil Gerard daarbij terugvinden in uitwerking van zijn droom.

Een landgoed waar natuur tot ontwikkeling kan komen, met een goede financiële basis (door retail) en waar iedereen een plek mag hebben (ook mensen met een beperking), waar je spelenderwijs kunt leren en waar het fijn is om zo nu en dan even ‘op een tak te gaan zitten’. Een plek die je (weer terug) in je kracht laat komen.

Een landgoed nieuwe stijl, Landgoed De Groene Kamer.

Samen sterker

De coöperatie gedachte; samen werken, leven, leren. De kracht van het landgoed is om met een diverse groep ondernemers die samen optrekken/bouwen een breed aanbod te verzorgen voor de bezoeker. Ieder in zijn eigen kracht en samen sterk. Met ruimte voor originaliteit, authenticiteit en verschillende disciplines. Voor mensen met een beperking of juist teveel energie. ‘En af en toe even samen op een tak gaan zitten om af te stemmen en dan weer verder te gaan.’

Herken je je als ondernemer in de filosofie van Landgoed De Groene Kamer, heb je interesse in samenwerking of wil je meer weten? Neem dan contact met ons op voor een nadere kennismaking.